Het begin (akwarten@gmail.com)

Ooit kreeg ik de opdracht een biografie te schrijven. Het werd een uitgebreid verslag van de mensen, momenten en waarden in mijn leven. Na enkele complimenten over mijn beeldende, humoristische en prettige manier van schrijven besloot ik er 'wat' mee te doen. 

Omdat ik iemand ben die weinig doet zonder reden, zocht ik een doel. Ik wilde niet zomaar schrijven, ik wilde dat het gelezen werd en liefst ook nog gewaardeerd. Op internet ontdekte ik de wereld van 'schrijfwedstrijden', ideaal om jezelf te toetsen en onder de aandacht te brengen. 'Nee heb je, ja kun je krijgen'.   
 
Bij de 2de poging had ik 'letterlijk' prijs. Mijn kort verhaal behaalde de 1ste prijs, bij de schrijfwedstrijd van de bibliotheken-keten: 'Biblio Nova'. Twee mislukte pogingen later, verdween mijn laptop weer in de kast. Tot ik in de krant een nieuwe uitdaging ontdekte, een columnwedstrijd. Enthousiast knutselde ik er een in elkaar en..... won. Opnieuw werd ik geprikkeld om er toch 'wat' mee te doen, maar hoe houd ik mezelf aan de gang? Een goede vriend had de oplossing: een blog. En zie hier: ik heb, geheel tegen mijn gewoonte in, geluisterd. 
 
Ik ben heel benieuwd of het voor mij werkt, want helaas gaat het bereiken van een doel nog steeds boven het genieten van het middel. Slechte gewoonte, ik weet het...... Maar hetzijwelzo!
 
Veel leesplezier.
Graag jullie reacties!
 
Anja   
 
Meld je aan voor de nieuwsbrief!
 

Yes, mijn column komt in de VIVA

Beste Anja,

 Bedankt voor het inzenden van je column. Ik kan je verblijden met goed nieuws: we willen jouw column graag een plekje geven in VIVA! Een leuk en herkenbaar verhaal.

 Ik wil je graag vragen of we je volledige naam bij de column mogen publiceren en of je nog een profielfoto zou kunnen sturen? We plaatsen alle winnende columns deze zomer wekelijks achter elkaar. Qua planning zou jouw column in VIVA29 (onder voorbehoud) komen, met als publicatiedatum 20 juli. Als je je adres even stuurt, zorg ik dat je tegen die tijd een bewijsexemplaar van ons ontvangt. Hopelijk ben je zo voldoende geïnformeerd, we horen graag van je.

 Nogmaals bedankt voor je inzending namens alle VIVA’s!

  Met vriendelijke groet,

Babs Jansen

Tekst Trafficer

Compliment?


‘Hangt er nou bij jou thuis bij één raam geen gordijn meer?’
Niet begrijpend kijk ik in de pretoogjes van mijn collega. ‘Hoezo?’
Hij knikt kort met zijn hoofd. Ik volg zijn blik en kijk naar mijn blouse. Mijn nieuwe blouse, met bloemenprint. Een vrolijke drukke print. Ik schiet in de lach als ik besef wat hij bedoelt. ‘Nou de verkoopster zei anders dat hij me goed stond, hoor’, mompel ik en schuif snel achter mijn bureau. Met mijn hand strijk ik over de stof van mijn mouw, maar de print veranderd niet.
‘Zal ik eens koffie voor je halen?’, mijn collega schuift zijn stoel naar achteren en zonder op antwoord te wachten loopt hij de deur uit.
Grote mond, klein hartje, denk ik en open glimlachend mijn mail.
In de verte hoor ik hem nog net zacht zingen: ‘weet je wat ik wel zou willen zijn, een bloemetjesgordijn, een bloemetjesgordijn….’

‘Het enige wat ik nog kon denken was: ‘Die doe ik dus nóóit meer aan!’


Aan de andere kant van de lijn hoor ik mijn vriendin onbedaarlijk lachen. ‘Ja als ze je gaan vergelijken met een bloemetjesgordijn, dan begrijp ik dat wel. Verschrikkelijk.’
‘Néé, je begrijpt het niet. Om de opmerking van dat gordijn kon ik nog wel lachen. Maar wat daarna gebeurde, was veel erger.’
‘Wat dan?.’
‘Zegt mijn afspraak van 11.00u: “Leuke blouse heb je aan!”’
‘Nou ben je me kwijt. Dat is toch een compliment, wat is daar nou zo verschrikkelijk aan?’
‘Mijn afspraak van 11.00u was Jans.’
‘Jans? Van de administratie?!
‘Ja, die.’
‘Nou begrijp ik je! Heeeel erg, ja. Nóóit meer aandoen dat ding!’
‘Precies, alsof je schoonmoeder je een compliment geeft over je nieuwe outfit en je direct beseft dat je een lelijke miskoop hebt gedaan.’
‘En wat heb je met het kreng gedaan?’
‘Ik heb de blouse meteen doorgegeven aan mijn schoonzus. Ze is er erg blij mee en vertelde dat ze veel complimenten had gekregen….ook van (schoon)ma.’



 

 




Slisje

‘Het werd een heel gezellige avond met de meisjes van vroeger. De één wat meer volwassen geworden dan de ander en ieder met een heel herkenbare eigen(wijs)heid. Karakters zijnu blijkbaar niet onderhevig aan tijd en zwaartekracht.
De meiden van toen, in niets veranderd; alleen ….in drankgebruik.’ :-)

 

Slisje

 

“Ik herken eigenlijk alleen je onderkant”. Tegenover me zit een oud-klasgenootje uit mijn kleutertijd. Met beide handen duid ik het gedeelte van haar gezicht aan dat ik bedoel. “Het is maar goed dat ik je foto op facebook heb gezien, anders zou ik je niet herkend hebben”.
In mijn keuken zitten zes vrouwen die elkaar kennen uit hun vroege jeugd en herenigd zijn door facebook. Een ‘challenge’, waarbij je foto’ s uit je jeugd plaatst, bracht ons bij elkaar. De foto’ s zorgden voor warme herinneringen en het plan werd gesmeed; een vriendinnenreünie.
“Ja, dat heb ik ook. Ik zou je op straat niet herkend hebben, maar je ‘slisje’ wel. Dat heb je nog steeds”.
‘Slisje?’, reageer ik en kijk onderzoekend rond. Maar ik krijg geen reactie van de inmiddels druk kakelende dames, iedereen kwekt gezellig door. De anekdotes en levensverhalen vloeien rijkelijk, net als de wijn en mijn verbazing over het slisje ebt weer weg.

 

“Heel leuk, om iedereen weer eens te spreken”, vertel ik aan een collega en haal wat anekdotes aan om de sfeer van de avond weer te geven.
Omdat het ‘slisje’ me toch nog niet helemaal lekker zit, besluit ik een balletje op te gooien. “Zo grappig, zegt één van de meiden dat ze het zo leuk vindt dat ik mijn ‘slisje’ nog steeds heb”. Verwachtingsvol kijk ik mijn collega aan. In de volle overtuiging dat er nu een verbaasde ontkrachtende reactie gaat komen, ondersteun ik mijn opmerking door mijn handen theatraal op te heffen.

“Weet je dat dan niet?”. Met een ‘je houdt me voor de gek’-blik kijkt ze me vragend aan. “De ene keer wat meer dan de andere keer, hoor”, verzacht ze haar woorden. Maar het leed is geschied.
‘Ik slis!’

 

Die nacht schrik ik wakker. Er schiet een herinnering door mijn hoofd. Een gesprek dat ik als tiener had met een leuke jongen in de kroeg. Een jongen die erg slispelde. Ik vond het een leuke grap en ging gezellig en erg overdreven meedoen. ‘Sja, dass sleuk, sullen we even gaan sitten?’, sliste ik in zijn oor. De rest van de avond slisten we gezellig voort en hadden enorme lol.
Een week later kwam ik hem weer tegen. Bij de eerste zin die we uitwisselden realiseerde ik me dat de slis geen grap was geweest en wist niet hoe snel ik me uit de voeten moest maken. Zo gênant.
De jaren erna heb ik dit grappige verhaal nog regelmatig opgevoerd bij feesten en partijen, maar ik heb me altijd verbaasd waarom de jongen na mijn beledigende geslis toch nog vriendelijk tegen me bleef.

Nu, veert.. zoveel jaar later, weet ik dus waarom.
Ook hij vertelt waarschijnlijk een hilarisch verhaal bij gelegenheden, alleen is hij daarin niet het ‘lijdend’ voorwerp en zijn de rollen iets anders verdeeld. Nog gênanter!

 

 

Helemaal voor niks

' Kiek us wa'k hier heb en helemaal voor niks'.

Mijn vader was er dol op: 'krijgertjes'. Het maakte niet uit wát het was, als het maar voor niks was. Vaak was het gekregen goed waar hij mee thuis kwam echter ook letterlijk helemaal NIKS en kwam hij alsnog bedrogen uit.

De gratis bitterballen, gekregen van een goede 'vriend', bezorgden mij als kind een heuse voedselvergiftiging. De inmiddels verteerde ballen kwamen er 's nachts in alle kleuren weer uit. Van boven en van onder en liefst tegelijk, zoals mijn moeder jammerlijk ondervond toen ze achter me stond, terwijl ik over de wc-pot hing.

De gratis lap leer waar hij een andere keer zwaaiend mee thuis kwam, was volgens mijn vader een geweldig buitenkansje. 'Kiek us, een skôn stukske leer. En helemaal voor niks'. Ideaal om voor mij een hippe overgooier van te maken volgens mijn vader. Wat hij in zijn enthousiasme over het hoofd zag was het feit dat deze lap leer eigenlijk bedoeld was voor een bankstel, zo eentje van het soort 'slijtvast' oftewel niet kapot te krijgen. Tegen beter weten in naaide mijn moeder, zo goed en zo kwaad als het kon, een modieus jurkje van de oersterke lap. En eerlijk is eerlijk, het stond me prachtig. Klein minpuntje: ik kon er niet mee zitten. Het jurkje was zo stijf als een plank. Maar wel 'helemaal voor niks'!

 

Het zit dus eigenlijk gewoon in mijn DNA en kan ik er niets aan doen.

Als een collega-vriendin me appt met de vraag: 'Zin in een GRATIS kookworkshop?', antwoord ik uiteraard volmondig met ja. 'Zeg maar waar en wanneer, ik ben erbij'. Het komt totaal niet in me op om door te vragen naar het hoe en waarom. Voor niks is tenslotte voor niks.

 

'Wat een leuk idee, zeg'. Enthousiast zwaai ik de volgende ochtend de deur open en loop naar het bureau van mijn vriendin. 'Wie geeft die workshop eigenlijk?' 'Nou, dat zit zo, piept ze met een slijmerig stemmetje en kijkt me grijzend aan. 'Het is eigenlijk een uhh, Tupperware-avond. Maar..... wel één waar gekookt wordt', vult ze snel aan.

Drie weken later zit ik te luisteren naar een quasi vriendelijke, net iets te amicale consulente; in een huiskamer vol kakelende vrouwen. Met grote ogen en een verkrampte grijns kijk ik naar de demonstratie van een 'geweldig mooi nieuw product': een bakje met een trektouwtje, dat hakt en snijdt als je aan het touwtje trekt. Het doet me verdacht veel denken aan het ding dat we vroeger thuis hadden, toen elektrische apparaten nog niet van zelfsprekend waren en we zelf draaiden, duwden en trokken om apparaten met messen en kloppers in gang te zetten. Aan de 'oh's en ah's' te horen ben ik blijkbaar de enige die het moeilijk vindt mee te gaan in het enthousiasme van de verkooplustige vrouw.

Aan het einde van de avond komen de bestellijstjes op tafel. Ik schuif mijn lijstje een stukje van me af en kijk schichtig om me heen. Thuis heb ik me heilig voorgenomen niets te kopen, wetende dat ik er met suiker en boter was in gestonken en dat me dat waarschijnlijk niet zou gaan lukken. Iedereen begint ijverig in te vullen, na het manipulerende nawoord van de Tupperware-goeroe waarin ze benadrukt dat we onze gastvrouw aan GRATIS producten kunnen helpen door te kopen. Hoe meer wij kopen, hoe hoger het eindbedrag en hoe meer onze gastvrouw krijgt. Met de woorden 'en dat heeft ze natuurlijk wel verdient met haar gastvrijheid, dames', geeft ze de beslissende duw naar een nutteloze aankoop.

In de keukenla prijken sindsdien drie onverslijtbare, multi-functionele bakjes met deksel. Ze waren alles behalve gratis, zeg maar gerust  peperduur. En na zes maanden nog nóóit gebruikt, dus eigenlijk heb ik ze toch nog...... 'helemaal voor niks'.

 

 

Sorry jongens 2

Al in oktober liggen ze er, lonkend naar iedere passant. Ik draai mijn hoofd weg en loop dapper door. Een slinks stemmetje in mijn hoofd doet nog een slijmerige, manipulerende poging, maar ”de jongens” dan? “Nee, doorlopen”, spreek ik mezelf hardop toe. De verbaasde blikken van mensen om me heen negerend, duw ik mijn winkelkarretje naar de groente en fruit afdeling. Gezond en weinig calorieën, die pepernoten en chocolade letters wachten wel.

Met twee vriendinnen ben ik aan het “Sonja Bakkeren” geslagen. Via een groeps What’s app, wisselen we ervaringen uit, moedigen elkaar aan en behoeden elkaar voor terugvallen. Meerdere malen wordt een vreetbui nog net voorkomen, door middel van een perfect getimede “hoe is het?-app”. Als deze wordt beantwoord met gezucht en gesteun, volgt steevast de vraag “wat ben je aan het doen?” of het commando “leg terug in de kast!” En ja wel hoor, negen van de tien keer blijkt de hand net in de chipszak te duiken. Smoesjes zoals “och, maar 3 kleine stukjes, hoor” of “ja maar, alles zit tegen”, worden liefdevol doch dwingend de kop in gedrukt. Voor zelfmedelijden is geen plek in de wereld van Sonja Bakker en daarmee in de komende 6 weken van onze vriendschap. Tot aan het 'heilige avondje', houden we het vol hebben we elkaar beloofd. Chocolade letters here I come, denk ik stiekem. 
 
4 kilo en 6 terugvallen later, is het bijna zover. Nog 2 dagen en de eindstreep is bereikt. 'Dik' tevreden met het behaalde resultaat, besluit ik dat het tijd is voor de Sint-lekkernijen. Die 2 dagen verleiding van knipogend zoetigheid in huis, kan ik echt wel weerstaan. Met een kar vol lekkernijen, het is tenslotte maar 1 maal per jaar Sinterklaas, beland ik in de rij van de chocolade letters. Het schap ziet er rommelig en leeg uit. Systematisch struin ik de rijen af op zoek naar de B, G en H. 
 
Thuis leg ik zuchtend de Y, T en P in de kast en bedenk hoe ik dit uit ga leggen aan onze jongens. "Ik denk dat Piet het alfabet nog niet zo goed kent! Yas, Teerd en Penk.

Moutarde

"Hoe zeg je eigenlijk mosterd in het Frans? Ik lust wel een likje bij de kaas".
"Mosterd? Uh, moustache". 
"Moestasj?" 
"Ja". 
"Messieur, can I have moestasj? Nou, hij kijkt niet eens". 
"Je moet het ook vriendelijk vragen. Anders luistert hij natuurlijk niet". 
"Messieur, do you have moestasj, sil voe plaj?" 
" Verdomme, je ziet gewoon dat hij me hoort en toch komt ie niet. Zie je wel dat het een arrogant volk is, die Fransen. Dit kaasplankje is reteduur en er kan nog geen likje mosterd van af. Belachelijk! Zag je dat? Hij keek me aan en loopt gewoon door. En maar zenuwachtig aan zijn snor plukken. Wat een idioot, zeg".
.....
"Waarom zit je nou de hele tijd te lachen?"



Vergeten


“En toch heb ik het gevoel dat ik iets vergeten ben”, zucht de vrouw voor de derde keer sinds het vertrek naar Het Zuiden. De auto die propvol zit met de door haar zorgvuldig ingepakte vakantiespullen, kreunt onder zijn gewicht. De zoons, op de achterbank, zijn tactisch gescheiden door een stapel kussens en een koeltas. Ze kunnen elkaar alleen verbaal nog bereiken; een schreeuwerig tekenfilmpje op de dvd-speler moet er voor zorgen dat ook dit beperkt blijft.                                                                                                                                                                                 
 “Je hebt het lijstje wel drie keer nagelopen, check, check, dubbel check. Toch knap, als je nu nog iets vergeten bent”, bromt de man. De vrouw kijkt hem peinzend aan. "Ja, dat klopt en toch heb ik het gevoel dat ik iets over het hoofd heb gezien", zucht ze zacht.
 
Na elf uur rijden, drie kleine en één knallende ruzie, is de vakantiebestemming eindelijk bereikt. Bij het uitstappen slaakt de vrouw een ijselijke kreet: “Ieieiehhh. Mijn ondergebit ligt nog op het nachtkastje”.                      

Dress to impress

Het zou een pittige maar leuke dag worden. Samen met mijn leidinggevende mocht ik een presentatie geven aan enkele bobo's. Ondanks het feit dat ik vind dat dit mijn gedrag niet mag beïnvloeden, had ik me toch een beetje opgepoetst. Jurkje, hakje en zelfs een wolkje poeder. Een behoorlijke metamorfose voor iemand die gewend is aan een spijkerbroek en 's ochtends met de snelheid van het geluid aan de spiegel voorbij vliegt. 
"Goede morgen", roept mijn baas enthousiast en zwaait galant de autodeur voor me open. Voor me staat een enorm jeep-achtig monster, zwart, hoog en met grote wielen. Terwijl ik de hoge opstap beklim hoor ik mijn strakke jurkje zachtjes kraken, gevolgd door een beangstigend scheurend geluid. Als ik goed en wel zit neem ik zo onopvallend mogelijk de schade op; de split van mijn jurk is ingescheurd en een winkelhaak van drie bij drie centimeter flapt naar buiten. Van schrik begin ik druk te praten. "Mooie auto heb je, een echte mannenauto", hoor ik mezelf kwetteren. 
Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming blijkt de grootste uitdaging nog te moeten komen; namelijk het uitstappen uit dit enorme bakbeest. De hoge afstap in combinatie met mijn onwennige hakjes en strakke kleding blijkt een regelrechte ramp te zijn. Ik schat de hoogte van de auto verkeerd in en val letterlijk naar buiten. Mijn arm schaaft langs de autodeur en ik beland op mijn kont half hangend in de deuropening met de benen in de lucht. 
"Wat doe je nou", vraagt mijn baas geschrokken terwijl hij me overeind takelt. "Vallen", reageer ik zijn blik ontwijkend.  
 
Daar sta ik dan. Een groep 'strak in het pak zittende' mannen kijkt me afwachtend aan. Ik probeer zo zelfverzekerd mogelijk terug te kijken, wat niet meevalt met een pijnlijk kloppende arm en een beurse kont. Aan mijn ene schouder heb ik mijn onhandige grote tas gehangen in een poging om de winkelhaak te camoufleren. Over mijn andere schouder heb ik een sjaal gedrapeerd die de bloedende schaafwond op mijn arm moet verbergen. Dit alles 'charmant' omlijst met een rood hoofd en zweetdruppels op mijn bovenlip. 
 
Als ik 's avonds thuis kom gooi ik mijn schoenen achter in de kast en de jurk in de vuilnisbak. "Wat een k**dag", zucht ik en vertel mijn man over het genante voorval. "Gelukkig had ik die sjaal bij me, daardoor heeft niemand iets gemerkt. Dat heb ik toch maar mooi opgelost", troost ik mezelf. 
In de badkamer veeg ik het laatste restje van de desastreuze dag van mijn vermoeide gezicht. Door het raam schijnt het avondzonnetje naar binnen, precies op mijn hoofd. Tot mijn schrik zie ik in de spiegel iets wat mij die ochtend niet is opgevallen. Er loopt een grote grijze baan door mijn haarscheiding, zo ongeveer ter breedte van de banden van de auto van mijn baas, schreeuwend om een lik haarverf. 'AAAARGH!!!!!'

Crocs met peren!!

“Ha Mir, met mij”
   “Oh, hoi”.
“Heb je het druk?”.
   “Niet echt. Ik was net bezig met de crocs van Lola”.
“Kroks?”
   “Ja, crocs. Je weet wel die dingen waar iedereen mee loopt. Van die schattige klompjes”.
“Mir, ik heb zonen. Ik leef in een mannenwereld, daar kennen ze geen schattige klompjes”.
   “Niet? (zucht) Het bandje is los, ik probeer het te maken”.
“Ohhhh, nou weet ik wat je bedoelt. Ik heb ze gezien op de camping. Kleine meisjes met schattige roze klompjes en moeders met dezelfde 'schattige' klompjes”.
   “Ja precies, die bedoel ik”.

“Over de camping gesproken... Ik heb deze zomer iets interessants ontdekt; het verschil tussen moeders-met-dochters en moeders-met-zonen”
   “Nou vertel, houd me niet langer in spanning”.
“Moeders met dochters zien er veeeeeel beter uit”.
   “Je meent het”.
“Ja, ik meen het! Ze zijn slanker en moderner gekleed. De hele dag concurreren met kleine schattige roze schepsels of met strakke, slanke tiener-meiden met naveltruitjes en strings; houden je blijkbaar beter op de rails. Echt waar, je moet er maar eens op letten.
Moeders met zonen, daar en tegen, moeten er juist voor zorgen dat ze niet teveel opvallen en dus vooral niet te hip of jong gekleed gaan. Dat is namelijk “not done” in de mannenwereld. Daarom kunnen ze gewoon alles laten hangen en ongegeneerd uitdijen. Geen haan die er naar kraait”.
   “Nou, jij hebt je vrije tijd weer nuttig besteed op je stoeltje voor de tent”.
“Ja zeker, je kent met toch?! En nou komt het mooiste van het verhaal. Jij, als moeder van beide geslachten, mag dus lekker van alles een beetje. Plaatselijk uitdijen en jezelf desondanks toch nog in roze hullen. Goed, hé?”.
    "Fantastisch! Het klopt trouwens wel wat je zegt. Daarom ben ik natuurlijk peervormig. Boven de navel ben ik een typische 'dochter-moeder' en onder de navel laat mijn moeder-zoon relatie zijn invloeden gelden".

“Zie je wel. Trouwens, over peren gesproken. Weet je wat echt K…met peren is? Ik ben weer flink aangekomen in de vakantie. 
Maar ja, wat wil je met mijn jongens. Niets aan te doen, toch?! Nou, ik spreek je gauw weer”.
   “Dag”.    

Oom Sjaak

Op een mooie zondagmiddag kondigde mijn moeder het bezoek aan van oom Sjaak. “Het zal mij benieuwen”, was de reactie van mijn vader. Op de vraag van mijn zusje wat hij daar mee bedoelde kwam geen verdere uitleg, omdat mijn moeder hem met een weinig subtiele blik de mond snoerde en het gesprek een andere wending gaf. Mijn vader bleef met licht gekrulde mondhoeken en twinkelende ogen voor zich uit kijken. De krant, die voor hem op tafel lag, had zijn interesse verloren. 
 
Op het dressoir in de huiskamer staat al zolang als ik denken kan een foto van oom Sjaak. Een klein vergeeld pasfotootje in een zilverkleurig lijstje, een beetje verloren tussen de overige familieleden. "Wie is dit?", vroeg ik als klein kind aan mijn moeder. "Dat is mijn broer Sjaak", antwoordde ze zacht. "Gaan we een keer naar hem toe?", wilde ik weten. "Nee, dat kan niet. Hij is ziek en woont heel ver weg. Kom we gaan spelen", kapte ze het gesprek af en veegde een traan van haar wang. En daarmee was het thema 'Sjaak' voor haar afgesloten en voor mij een mysterie geworden. 
 
Bij het horen van de bel, veerde mijn vader direct op en haastte zich naar de voordeur. “Je ziet er goed uit Sjaak”, zei mijn vader luid, nog voordat Sjaak was gaan zitten. “Heel anders dan de laatste keer dat ik je zag. Toen was…”. Direct na de kuch van mijn moeder stopte zijn zin. Met een “Koffie Sjaak?”, nam moeder het gesprek over. “Je zult wel een bakkie lusten, na zo'n lange reis”. “We kunnen het gerust over mijn ziekteperiode hebben hoor, daar heb ik helemaal geen problemen mee”, corrigeerde Sjaak mijn moeder. “Die tijd ligt achter me. Ik ben weer helemaal in orde. Wat was ik er slecht aan toe, hè? Ik had het allemaal niet meer goed op een rijtje”. 
“Zeg maar gerust dat je knettergek was”, greep mijn vader hernieuwd zijn kans. 
 
“Zeg dat wel”, lachte Sjaak. 
 
"Vooral toen je met Kerst dacht dat je de heilige maagd Maria was. Man, man, ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Met een stalen gezicht zat je te vertellen dat je zwanger was". Mijn vader lachte luid en sloeg op zijn been om zijn woorden kracht bij te zetten. Mijn moeder lachte zuinigjes mee en vluchtte vervolgens naar de keuken, voor de beloofde koffie. Bij terugkomst wist ze het gesprek weer op veilige thema's te krijgen; de gezondheid van tante Nel, de hond van de buren en het weer dat toch wel erg mooi was voor de tijd van het jaar. De koffie werd opgevolgd door een stevige borrel voor mijn vader en een wijntje voor moeder. Sjaak hield het bij een glaasje fris. “Alcohol gaat niet samen met mijn medicatie, dus laat ik dat maar niet doen”, legde hij uit. Terwijl het gesprek wat voortkabbelde begon mijn vader zich zichtbaar te vervelen, tot grote ergernis van moeder. Om de sfeer wat te verhogen, kwam er 'een lekker nootje' op tafel. “Laat ik de glazen nog eens bijvullen”, kwetterde mijn moeder vrolijk verder en liep naar de keuken. Toen ze weer terug kwam, zag ze direct aan vader, dat er iets was voorgevallen. De verveelde blik had plaats gemaakt voor een brede, triomfantelijke grijns. Deze grijns bleef de rest van het bezoekje op zijn gezicht staan, ondanks de non-verbale seintjes van moeder. “Nou Sjaak, kom gerust nog eens langs, jongen. Het was gezellig”, zei mijn vader met een knipoog en liep geheel tegen zijn gewoonte in mee naar de deur om Sjaak uit te zwaaien. “Het is fijn om te zien dat het zo goed met je gaat”. Zuchtend en verward door dit vreemde toneelspel ruimde moeder de boel op. “Wat mankeerde jij nou ineens?", mopperde ze. Zonder op antwoord te wachten liep ze vinnig met het lege bakje van de nootjes naar de keuken. Zo snel als ze vertrok kwam ze ook weer terug in de kamer, met hetzelfde bakje nog in haar hand. “Waar zijn de schilletjes van de pistachenootjes gebleven?" Verbaasd keek moeder van het bakje naar de tafel en weer terug, om vervolgens het antwoord te zoeken op het gezicht van vader. Mijn vader stond inmiddels bij het dressoir, met de foto van oom Sjaak in zijn hand. De grijns op zijn gezicht werd nog breder, terwijl hij antwoordde: “Het kraakte wel hard, maar hij heeft ze toch helemaal opgekregen.
Ik ben blij dat het weer helemaal goed gaat met Sjaak”. 


Kadoek

"Shit, wat is dat", fluister ik. De kinderen zijn eindelijk in slaap gedommeld als de auto ineens vreemd begint te doen. Kadoek, kadoek, kadoek. Het lijkt alsof hij steeds een slokje benzine neemt, maar moeite heeft met doorslikken. We zijn amper 100 kilometer onderweg naar het Zuiden en hebben nog een veelvoud te gaan. 
"Stoppen?", vraagt mijn man. 
"Doorrijden', is mijn antwoord vrezend voor jengelende kinderen die gestoord worden tijdens hun dutje. Resoluut druk ik het gaspedaal in en rijd verder. "We merken het van zelf als hij het begeeft", reageer ik stoer terwijl de auto verder kadoekt. 
Dan ontdek ik dat het helpt om een pompende beweging te maken met mijn voet op het gaspedaal. De auto stopt met schokken. Een oplossing die niet van lange duur is, omdat ik kramp krijg in mijn kuit. Hortend en stotend rijden we weer verder.  
"We zoeken in de buurt van de camping wel een garage", zegt mijn man net voordat ook hij indommelt.
 
'Nog 700 kilometer te gaan'.

Na een paar dagen kamperen besluiten we een garage op te zoeken. Met handen en voeten leggen we aan de monteur uit wat er aan de hand is, voordat hij onder de motorkap verdwijnt. Als hij weer tevoorschijn komt kijkt hij ons zorgelijk aan. Al wijzend op onze kinderen maakt hij ons duidelijk dat het onverantwoord was om met dit mankement zo'n reis te maken. Hoofdschuddend kijkt hij ons afkeurend aan. Hij is duidelijk niet onder de indruk van onze pedagogische kwaliteiten. 
Beschaamd druipen we af naar het centrum van het dorpje, waar we ons schuldgevoel proberen te verzachten met grote ijscoupes voor de kinderen, wachtend op de reparatie die gelukkig meteen kan worden uitgevoerd. 
Een uur later volgt er op de ongezouten kritiek van onze 'redder' een gepeperde rekening, die wij zonder morren betalen.
 
Twee zonnige weken later beginnen we aan de terugreis. "Ik ben blij dat de auto gemaakt is. Het was wel duur, maar veiligheid kent geen prijs", zegt manlief en dut lekker in. 
Een half uur later schrikt hij weer wakker van mijn gevloek en een akelig bekend geluid: kadoek, kadoek, kadoek......

T-shirts en K-lenzen


"En deze dan?", riep ik door de winkel. Maar puberzoon was alweer onderweg naar de uitgang en bromde zonder om te kijken: "Nee, óók niks". 
 
Het leek zo eenvoudig. Gewoon even snel een leuk T-shirtje scoren. De kleur maakte niet uit gaf hij te kennen. "Als het maar geen roze is, dat is soo gay", zei hij terwijl hij zijn rechter hand liet afhangen. Felle kleuren waren wel acceptabel. 
Gelukkig, want het rek hing er vol mee. De ene kleur schreeuwde nog harder dan de andere. Ik kneep mijn ogen tot streepjes om de pijn te verzachten en hield wijselijk mijn mond, wetende dat we anders heel snel en zonder T-shirt weer buiten zouden staan. 
"Mooie kleurtjes dit jaar", loog ik enthousiast. "Is dit wat?" Ik trok het minst felle, vrolijk bedrukt T-shirtje uit de massa. 
"Nee, géén tekst", reageerde hij na een korte blik. "Daar krijg je alleen maar vervelende reacties op". Lusteloos bladerde hij weer verder door de rij. 
"Oké, géén tekst", herhaalde ik de nieuwe maar zeer belangrijke aanwijzing en zocht verder. Langzaam voelde ik een probleem opkomen. Voor me hing weliswaar een enorme rij T-shirts, maar ze hadden allemaal een opschrift. De teksten varieerden van merknamen, aanwijzingen over de emotionele toestand van de drager tot schunnige verwensingen en vrijwel onleesbare hippe kreten. 
Ik schakelde snel over op de laatste categorie. Wat niet leesbaar is kan ook niet tegen je gebruikt worden, was mijn redenatie. Maar met deze gedachtegang bleek ik de plank totaal mis te slaan. Pubers blijken alles te kunnen lezen en tegen je te gebruiken werd mij kort en krachtig duidelijk gemaakt door onze ervaringsdeskundige, voordat hij zich sloffend richting de uitgang begaf. 
"Laat je niet zo kennen. Wat maken die paar letters nou uit", probeerde ik nog. Maar zoonlief stond alweer buiten en onze zoektocht naar een T-shirt was beëindigd. 
 
Een paar dagen later zit ik in de wachtkamer van de oogarts. Sinds enige tijd ben ik overgestapt op vari-focus lenzen, omdat ik anders toch echt eens aan een leesbrilletje moest gaan denken volgens de deskundige. 
Sinds die tijd zie ik echter een héél stuk minder scherp, zowel van dichtbij als van veraf. Mijn ogen zijn continu op zoek naar het juiste randje in de lens, waardoor ze iets zouden moeten kunnen zien. Veelal zonder succes, het enige wat opdoemt is een mistige wereld. 
Een goede reden om toch maar eens een bezoek te brengen aan de expert die mij destijds verzekerde dat het even wennen zou zijn, maar dat ik daarna nooit meer anders zou willen. 
Tijdens het lange wachten valt mijn oog op de onderkant van mijn nieuwe T-shirt. 'Hé, ik heb ook tekst op mijn T-shirt. Dat was me door het drukke print niet opgevallen'. 'Fatale', lees ik met strak samengeknepen ogen. FATALE? Verschrikt druk ik mijn kin op mijn borst zodat ik ook de bovenkant van mijn T-shirt kan bekijken. 'Femme' staat er met grote sierlijke letters. Femme... Fatale! 
Snel vouw ik mijn armen zo nonchalant mogelijk voor mijn borst, in een poging de tekst te verbergen en kijk schichtig om me heen. 
 
"Och mam, wat maken die paar letters uit", bromt mijn zoon als ik thuis mijn lenzen vervloek. "Laat je toch niet zo kennen".


Yes, ik kom in een bundel. 1 van de geselecteerden uit 210 deelnemers.

Beste deelnemer/deelneemster aan de schrijfwedstrijd Obsessie:

Je hebt meegedaan aan de schrijfwedstrijd Obsessie van Schrijfatelier Alicia.  
Jouw verhaal was van dusdanige kwaliteit dat het is geselecteerd voor publicatie in de bundel. 

VAN HARTE GEFELICITEERD !

Meer info over de uitslag van de wedstrijd en de winnaars vind je hier (wordt nog aangevuld) en onderaan deze pagina het bestelformulier voor de bundel:  https://sites.google.com/site/artikeladvies/schrijfwedstrijd-obsessie  
 
We willen je graag hartelijk bedanken voor je deelname aan de wedstrijd. Mede dankzij jou is de wedstrijd een groot succes geworden.

De bundel is vanaf eind juli/begin augustus verkrijgbaar

   Hartelijke groet
             van
 Schrijfatelier Alicia
www.schrijfatelieralicia.nl

Lees nu (met of zonder leesbril) mijn nieuwste column op Femp.nl

T-shirt en K-lenzen (Femme Fatale) 

http://www.femp.nl/femme-fatale/

 

Nieuwe column op Fempower

Lees: Mannen- en vrouwenlogica op: 

http://www.femp.nl/mannen-en-vrouwenlogica/

 

voortaan ook colums op Fempower online magazine

Lees 'Slimmer werken' op: 

http://www.femp.nl/slimmer-werken/

 

 Slimmer werken

Wie de schoen past....

'12.00 uur soahtjes', lees ik op de familiekalender. "Schat, hier staat dat je om 12.00 uur iets moet doen, iets met soa...tjes? Geen idee wat het betekent, maar het is jouw handschrift. "Soatjes?", bromt manlief niet begrijpend vanuit zijn computerhok en staat zuchtend op. "Nee, er staat ZOOLtjes. We hebben zo meteen een afspraak voor nieuwe zooltjes".
"We? Dat meen je niet? En daar kom je nu mee", roep ik geschrokken. "Heb ik je vorige week nog gezegd, maar je luistert niet", hoor ik mijn man protesteren, terwijl ik de trap op ren. Normaal ben ik wel te porren voor een echtelijke discussie, maar nu moet ik de verleiding toch weerstaan. Ik heb namelijk nog precies twintig minuten om mijn voeten toonbaar te maken, oftewel te wekken uit hun winterslaap.

Al maanden zijn mijn voeten veilig weggeborgen in dikke sokken, knellende laarzen en sloffende pantoffels. Alleen onder de douche en in bed komen ze uit hun veilige holletje tevoorschijn. Liefst als het nog donker is en niemand ze ziet. Ze zijn dus alles behalve toonbaar en zeker niet zomer klaar.
De schade blijkt aanzienlijk. Eén, per ongeluk, afgescheurde nagel, omdat er een hoekje dreigde in te groeien en ik te lui was om een schaar te pakken. Eén pijnlijk uitziende drukplek met iets wat lijkt op een eksteroog en een hele berg eelt. Met andere woorden twee onooglijke voeten, die niet geschikt zijn voor de buitenwereld en al helemaal niet voor de kritische ogen van een voetenexpert. 'Shit, waar ligt ook alweer die vijl?'

Mijn man en ik zijn beide gezegend met complexe voeten en de daarbij behorende steunzolen. Eens in de zoveel tijd brengen we daarom noodgedwongen een bezoek aan onze zooltjes-mevrouw. Mijn man regelt gewoontegetrouw deze duo afspraak, wetende dat ik anders tien jaar met dezelfde, afgesleten steunloze zooltjes zal lopen.

De strijd tegen de klok is begonnen. Met een wonder-ei schil en schaaf ik de overtollige ballast zo goed en zo kwaad als het gaat weg. Vervolgens plak ik een pleister over de teen met de pijnlijk uitziende gerafelde nagelrand. De grootste uitdaging blijkt echter nog te komen, namelijk het vinden van een toonbaar stel sokken. Het klinkt zo simpel, twee sokken in dezelfde kleur en zonder dunne plekken of gaten; maar de werkelijkheid blijkt anders. De sokkenla van onze jongste zoon biedt in de laatste minuut uitkomst, 'we kunnen weg'.
De rit naar onze zolendeskundige duurt tien minuten, precies lang genoeg om alsnog de gemiste discussie met manlief aan te gaan. "Typisch man, nooit toegeven dat je fout zit", beëindig ik de discussie, omdat we onze bestemming hebben bereikt.
Eerst worden de voeten van mijn man gemeten, daarna ben ik aan de beurt. "Zó, uw voeten schelen maar net drie millimeter in de breedte met die van uw man", roept de vrouw enthousiast.  "Dat zie je niet vaak", vult ze aan. "Ja maar, mijn man heeft ook wel erg smalle voeten", reageer ik verontwaardigd. "Nee hoor, dat valt reuze mee, gewoon mannenmaatje". 
"Wat een ongepaste opmerking van die zolenvrouw, vond je niet? En je hebt wél hele smalle voeten", zeg ik bij het instappen in de auto. "Typisch vrouw, altijd gelijk willen hebben", murmelt mijn man, "en dat met mannenvoeten".


 


Complex(en)

Uw schouders hangen af”. Resoluut trekt de vrouw mijn schouders naar achteren, terwijl ze met haar andere hand mijn rug naar voren duwt. De geforceerde rechte rug voelt onnatuurlijk aan en geschrokken houd ik mijn adem in. Bij de diepe uitademing die daarop volgt, veer ik weer terug in de voor mij vertrouwde maar blijkbaar kromme houding. “Ik zal kijken of ik er één heb met bandjes recht op de cup, dan zakken ze minder snel af”. De vrouw schuift het gordijn van het pashokje open en stevent de winkel in.                                                                                                                              
Na maanden van uitstel, heb ik mezelf er eindelijk toe gezet om een lingeriewinkel binnen te stappen, op zoek naar een nieuwe bh. Geen frivool, modegevoelig modelletje, maar gewoon een bh die prettig zit en doet wat hij moet doen, stutten en steunen. Realistische eisen. De ervaring leert echter dat het een complexe en frustrerende klus is. Gapende cups, een vreemd ogende decolleté en puilende lichaamsdelen, brachten meer dan eens mijn zelfvertrouwen naar een nieuw diepte punt. Ik wacht dan ook standaard tot mijn ‘busten houder’ veranderd is in een ‘busten hanger’ en letterlijk als een uitgelubberd vodje om mijn borsten bungelt, voor ik mezelf aan een volgende marteling waag. “U kunt wel wat hulp gebruiken “, concludeert een vriendelijk ogende vrouw bij het zien van mijn wanhopige blik op de rekken vol niemendalletjes. Haar moederlijke uitstraling wekt direct mijn vertrouwen en geheel tegen mijn gewoonte in besluit ik me over te geven aan haar deskundigheid. Nadat ze even achter mijn truitje heeft gegluurd, zoekt ze wat modelletjes bij elkaar. Even later sta ik in een pashokje en wordt er aan me geduwd en getrokken. De met zorg geselecteerde bh’s passen geen van allen. De cup sluit niet aan, de handel puilt er overheen en de bandjes leiden een eigen leven. De vrouw legt me uit dat ik voorover moet hangen en “ze” in hun “mandje” moet schudden. Braaf volg ik de aanwijzingen op, de cup blijft echter gapen. “U draagt ook wel erg naar buiten”, zucht de vrouw, terwijl ze verwoede pogingen doet om mijn borsten in het gareel te krijgen. Helaas zonder resultaat. Het gordijn vliegt weer open en weg is ze. In de winkel hoor ik haar bruut schuiven met hangertjes, ik durf me niet meer te verroeren en wacht af.      
                                                      
Met succes. Een half uurtje later ben ik een prachtige bh en enkele complexen rijker.                 

Het blijven kinderen

"Even wachten, dan lopen we samen naar binnen". Nog voor mijn woorden koud waren, was ik ze meestal al kwijt; mijn kinderen, op peuter- kleuterleeftijd. Ook nu, op puberleeftijd, komt dat voor, maar dat is weer een heel ander verhaal...
In alle soorten en smaken, heb je kinderen. Wij hebben kinderen uit de categorie bruisend en flitsend; het voorzichtige, timide soort komt niet voor in ons gezin. Heel gezellig, maar ook met de nodige risico's. Bijvoorbeeld bij buitenhuis-activiteiten. Voor je het weet was je ze kwijt, opgezogen in de menigte.
Na enkele angstige traumatische ervaringen en vruchteloze pogingen om dit opvoedkundig op te lossen, begrepen we dat er maar een ding hielp: knallende fluorescerende kleding. Afhankelijk van de modekleuren van dat moment kozen we een kleur die niet gangbaar was en daardoor dus opviel. Zo werd het ene kind bijvoorbeeld in een letterlijk 'oogverblindend' oranje setje gehesen en het andere in 'pijnlijk' geel. Met onze inmiddels getrainde ogen, hadden we ze dan meestal snel weer teruggevonden. Gelukkig, want kinderen geven soms de eerste de beste wildvreemde een hand en lopen gezellig kletsend en vol vertrouwen met deze persoon mee.

Iets wat mij overigens nog steeds overkomt. En dan bedoel ik niet dat er een kind zijn handje in de mijne schuift, maar dat ik druk loop te praten tegen een wildvreemde. Soms enthousiast meppend op de arm van mijn buurman of vrouw, om mijn verhaal kracht bij te zetten. Als het dan verdacht stil blijft langs me, besef ik dat er iets niet klopt. Ik hoef dan niet achter me te kijken om te weten dat daar mijn man of vriendin zich loopt te bescheuren. 'Je blijft ook echt een kind', zegt manlief na het zoveelste incident. 'We moeten jou ook maar in een knallende kleur hijsen, anders raak ik je nog kwijt'.

Vorige week was het eindelijk tijd voor revanche. Na het doen van een boodschap, fietsen mijn man en ik naar huis. Hij steekt een weg over, terwijl ik even moet wachten op een auto. Manlief ziet dat en gaat wat langzamer fietsen. Niet netjes aan de rechterkant, maar midden op de weg. Blijkbaar houdt hij alvast een plekje voor me vrij. Terwijl ik wacht tot ik de weg op kan is er een vrouw achter hem gaan fietsen en wil hem inhalen. Ik zie haar twijfelen, aan welke kant ze hem in zal halen, want hij fietst nog steeds midden op de weg. Links inhalen is daardoor gevaarlijk, dus kiest ze noodgedwongen voor rechts. Terwijl ze dat doet, past hij zijn tempo aan en fietst met haar mee. De vrouw kijkt verbaasd opzij en gaat harder fietsen, ze wil hem tenslotte voorbij. Manlief gooit er ook een tandje bij en blijft strak naast haar fietsen.  De vrouw kijkt weer naar hem, maar hij merkt niets. Het is duidelijk dat hij denkt dat ik naast hem fiets en is zich van geen kwaad bewust. Inmiddels ben ik overgestoken en fiets zo'n 20 meter achter het komische tafereel. De vrouw raakt geïrriteerd en snauwt iets tegen mijn man, waarop hij geschrokken opkijkt en zijn vaart mindert. De vrouw kan eindelijk ontsnappen en fietst hard weg.
Gierend van het lachen neem ik de plek van de vrouw in; "zullen we maar meteen een nieuwe jas voor je gaan kopen....een gele of een mooie oranje?"

 

Huispak

"Paste het niet", vraagt de medewerkster van de HEMA als ik mijn aankoop van de dag ervoor terugbreng. "Jawel hoor, maar het is niet 'puberproof', zucht ik. Er verschijnt een frons op het voorhoofd van de vrouw en ze kijkt me vragend aan. Bij het zien van mijn gezichtsuitdrukking, kiest ze ervoor niet verder te vragen. Een verstandige keuze.

Een dag eerder heb ik in een enthousiaste bui een leuk 'pyjama-setje' gekocht, voor 's avonds op de bank. Een soort huispak, maar dan zonder de Roy Donders glitters en pailletjes. Ik heb namelijk de gewoonte om vrijwel direct na het avondeten, in iets gemakkelijks te schieten. En dan niet zoals in een slechte erotisch getinte film, waarin een vrouw tegen de eerste de beste man die ze mee naar huis heeft gesleept zegt: "pak alvast iets te drinken, dan glip ik even snel in iets gemakkelijks", waarna ze, half naakt, weer te voorschijn komt. Nee, ik schiet in iets wat écht gemakkelijk zit en niet geheel onbelangrijk, ook nog enige warmte biedt. Een joggingbroek met een sweatshirt. Beiden verwassen en vormloos, want dat zit het lekkerst. Tenzij ik 's avonds nog de deur uit moet. En met móeten bedoel ik ook echt móeten, ik blijf namelijk liever thuis. Huismus in huispak, gezapig hangend op de bank.
Sinds de kinderen wat ouder zijn, komen er 's avonds regelmatig nog wat vrienden langs. Heel gezellig en leuk, maar ook erg wennen. Bezoek komt, volgens brabantse gewoonte, bij ons gewoon 'achterom'. Dus ook de vrienden van onze kinderen. De route naar het domein van de kinderen, de slaapkamers waar ze zich direct na het toetje verschansen en hun bezoek ontvangen; loopt via de keuken, naar de huiskamer en vervolgens de trap op naar boven.  Hierdoor wordt dat 'langs komen' ook meteen erg letterlijk. Regelmatig staat er plotseling een lange slungel in de kamer, daar waar ik in mijn huispak op de bank zit. Gelukkig zit ik meestal, waardoor de schade nog wel meevalt. Staande is de staat van mijn outfit namelijk het schrijnendst.
Na enkele, nietsontziende, opmerkingen vanuit het puberfront heb ik mezelf voorgenomen toch maar eens een nieuw 'banksetje' te kopen. De opvoedkundige kwaliteiten van onze pubers zijn sterk vertegenwoordigd in ons gezin. Het lijstje 'not done', groeit gestaag. 's Avonds snel even douchen, kan bijvoorbeeld echt niet. "Je loopt toch niet in die achterlijke badjas rond, als mijn vrienden komen!" 'Net als luid zingen, dansen en vragen stellen in het algemeen. Maar dit terzijde.
In de HEMA zie ik meteen iets leuks hangen. Daar waar ik normaal voor behouden kleuren kies, valt mijn oog nu op een vrolijke roze, geruite broek. Een 'heren'model, met een lekker vrouwelijk touch.

"Dat doe je expres", bromt de eerste bij het zien van mijn nieuwe aanwinst. "Afschuwelijk", sist nummer twee er achteraan. "Dat kun je toch hopelijk wel terugbrengen, hé?"

Twee dagen later loop ik weer in mijn oude vertrouwde en vooral versleten setje de kamer in. Uit de radio galmt; 'I'm too sexy for my love, too sexy for my... Overdreven kreunend zing ik de woorden mee en schud wild met mijn kont.
Met de klink van de kamerdeur nog in mijn hand, hoor ik achter me een onbekende stem: "Hallo mevrouw, zijn ze boven?"

http://www.onestat.com/aspx/Login.aspix?ReturnUrl=%2fapp%2freport.aspix%3fid%3d0&id=0